You are here
De simulatietheorie: goed geschreven fictie of realiteit? artificial intelligence featured technologie 

De simulatietheorie: goed geschreven fictie of realiteit?

Stel je voor: alles wat je ziet, voelt, ruikt en doet is niet echt, maar slechts een levensechte simulatie, gemaakt door een sterke computer. Een eerdere menselijke beschaving is zo ver met zijn technologie, dat ze in staat zijn een computersimulatie te creëren waarin alle mensen een eigen bewustzijn hebben. Het klinkt als een fantasierijk verhaal uit een science fiction-boek, maar is het eigenlijk wel zo’n raar idee?

Het idee van een leven in een gesimuleerde wereld wordt ook wel de simulatietheorie genoemd. Al meer dan duizend jaar geleden waren er Chinese filosofen die nadachten over deze mogelijkheid, maar met de huidige vooruitgang in technologie begint de theorie pas echt vorm te krijgen.

De Zweedse filosoof Nick Bostrom poneerde in 2003 de stelling dat de kans dat we in een simulatie leven erg groot is. Sindsdien krijg hij (voorzichtige) bijval van grote techondernemers als Elon Musk en Sam Altman, topwetenschapper Neil deGrasse Tyson en diverse andere bekende namen.

Huidige vooruitgang op de menselijke tijdschaal

Naar schatting bestaat de moderne mens ongeveer 200.000 jaar. In deze 200.000 jaar heeft de mens zich vanuit Afrika over de hele aarde verspreid en zich vermeerderd tot de huidige wereldbevolking van zo’n 7 miljard mensen.

Het bizarre is dat we pas in de 19e eeuw langzaam maar zeker elektriciteit wisten te vangen en gebruiken voor praktische doeleinden. Het duurde bovendien tot het einde van de 19e eeuw voordat dit echt een vaart begon te nemen met de start van de Industriële Revolutie.

Leven we met zijn allen in The Matrix?

Kijkend naar de ontwikkelingen vóór deze tijd ten opzichte van ontwikkelingen ná deze tijd, is onze vooruitgang nu ontzagwekkend snel. Wat we in de eerste 199.800 jaar hebben bewerkstelligd, is compleet weggeblazen door de ontdekkingen en uitvindingen van de laatste schamele 200 jaar.

Als we de 200.000 jaar van ons bestaan voorstellen in één dag van 24 uur, dan hebben we elektriciteit en alles dat hieruit voortgekomen is tussen één voor twaalf en twaalf uur ’s nachts ontwikkeld. De rest van de dag hebben we relatief gezien praktisch niks uitgevoerd. Kijken we naar geavanceerde technologische ontwikkelingen, dan zijn bijna alle uitvindingen in de laatste veertig jaar gedaan, oftewel 15 seconden voor twaalf.

Dertig jaar geleden bestond het internet nog niet. Tegenwoordig is een leven zonder internet vrijwel ondenkbaar.

Begin jaren ’90 kwamen de eerste mobiele telefoons op de markt – de meeste mensen vonden ze maar overbodig. Anno 2017 heeft vrijwel iedereen een smartphone waarmee je kunt bellen, internetten, televisiekijken, filmen, gedetailleerde interactieve landkaarten gebruiken en muziek luisteren.

In de jaren ’80 kwam men met het computerspelletje Pong: een blokje dat tussen twee rechthoeken heen en weer werd gespeeld. Nu hebben we virtual reality-spellen met levensechte graphics, bestuurd met fysieke bewegingen van de speler.

De graphics van Uncharted 4, een game die in 2016 uitkwam, zijn zo realistisch dat het echt lijkt.

Gevolgen van extreme technologische vooruitgang

Een belangrijk onderdeel van de simulatietheorie is dat we uitgaan van een gelijke snelheid van technologische ontwikkeling de komende honderden jaren. Op de eerder genoemde tijdsschaal gaan we de komende ‘minuten’ dus nog veel verder met onze (technologische) ontwikkeling.

Elon Musk, CEO van onder meer SpaceX en Tesla en voorzitter van OpenAI, kwam tot de volgende conclusie: “Als we binnen dertig jaar van Pong naar een superrealistisch virtual reality-spel kunnen gaan, waarom zouden we dan niet binnen afzienbare tijd een simulatie kunnen ontwikkelen die niet van echt te onderscheiden is?”.

Ook wijst hij op de extreem snelle vooruitgang van onderzoek naar artificial intelligence, oftewel kunstmatige intelligentie, die op den duur zou moeten leiden tot een bewustzijn dat nog slimmer is dan de mens. Dit is geen onredelijke verwachting, gezien we nu al zelflerende algoritmes hebben (bijvoorbeeld Google’s zoekmachine) en kunstmatige intelligenties die schaakgrootmeesters kunnen verslaan. De volgende stap is een algemeen kunstmatig bewustzijn, waarbij de artificial intelligence meer kan dan één specifieke handeling.

De topondernemer maakt hierbij een interessant punt. Als de technologie in de laatste dertig jaar (met de schaal van 200.000 jaar in gedachte) zo hard vooruit is gegaan, wat heeft de komende honderd jaar dan voor ons in petto? Of de komende tweehonderd jaar? Of duizend jaar?

Op basis hiervan kan simpelweg niet uitgesloten worden dat we als mensheid op een punt komen waarin we levensechte simulaties kunnen ontwikkelen waarbij ieder gesimuleerd mens een eigen bewustzijn heeft.

Drie mogelijk situaties rond simulatie

De eerdergenoemde Nick Bostrom kwam tot drie mogelijke situaties in de simulatietheorie:

  1. Ondanks de huidige technologische progressie, gaat deze stagneren (om wat voor reden dan ook) en zullen we nooit het punt bereiken waarop een simulatie en volledige artificial intelligence gecreëerd wordt.
  2. We bereiken dit punt wel, maar de mensheid van die tijd heeft niet of nauwelijks interesse in het creëren van een gesimuleerde wereld.
  3. We bereiken het punt wel en hebben bovendien de interesse in het creëren van een gesimuleerde werelden. De kans dat wij de “originele mensheid” zijn die dit punt als eerste bereiken is zo goed als nul.

Bostrom houdt zich op de vlakte welke van de drie situaties het meest waarschijnlijk is. Wel wijst hij erop dat de automatische aanname dat ons beschaving dan wel de originele mensheid zal zijn meer arrogant dan doordacht is.

simulation theorie
Bestaan we uit echt chemische stoffen, of zijn het computergesimuleerde stoffen?

Argumenten tegen de simulatietheorie

Voor de simulatietheorie zijn genoeg punten te maken. Hoewel de theorie enerzijds onwerkelijk klinkt, kan de theorie simpelweg niet zo maar afgedaan worden als ‘onzin’. Toch zitten er ook haken en ogen aan de theorie.

Ethisch acceptabel?

Een erg hypothetisch, maar toch belangrijk argument is het feit dat de wereld vol zit met oorlogen, ziekten en andere negatieve zaken. Zouden we op dit moment een levensechte simulatie kunnen creëren, dan is de kans bijzonder klein dat ethische commissies het experiment toe zouden laten.

De vraag is of een beschaving die de simulaties daadwerkelijk kan creëren, misschien over duizend jaar, nog steeds dezelfde ethische normen en waarden heeft.

Rekenkracht en opslagruimte

Net als diverse andere onderdelen van technologie, hebben we extreem grote stappen gemaakt in de ontwikkeling van computers met meer opslagruimte en meer rekenkracht. Ondanks deze vooruitgang is het echter de vraag of we ooit op een punt komen waar er voldoende rekenkracht is om een simulatie van een hele wereld te draaien. De kans is groot dat we uiteindelijk op een natuurkundig maximum komen. De vraag is of dit maximum voldoende is voor een simulatie van deze proporties.

Is dit het geval, dan is de vraag wat er gebeurt als de simulatie zelf een simulatie weet te creëren. Kan het systeem van de originele beschaving dit aan, of wordt de stekker eruit getrokken? Hoewel ook dit als een science fiction-film klinkt, is ook hier genoeg voor te zeggen.

Een simulatie benadert, maar bereikt werkelijkheid nooit

Filosoof Ned Block wijst op een andere kink in de kabel: onze hersenen werken op basis van chemische stoffen. Deze stofjes gaan van zenuw naar zenuw en creëren zo een gevoel, gedachte, herinnering of handeling. Volgens Block kan dit wel gesimuleerd worden, maar vormt dit nooit een echt bewustzijn, op dezelfde manier dat een simulatie van regen niet echt nat is.

In andere woorden: Block gelooft niet dat er een kunstmatige intelligentie gecreëerd kan worden die niet alleen van buitenaf handelt als een echt mens, maar zich ook voelt als een echt mens.

Conclusie? Duizenden uitgangspunten en duizenden mogelijkheden

Leven we in een simulatie, of is het niet mogelijk? En als we in een simulatie leven, is alles dat we zien en doen dan nep?

Mochten we in een simulatie leven, dan is onze leven voor de originele beschaving misschien nep. Voor ons als gesimuleerde wezens is deze wereld echter de realiteit.

Of we in een simulatie leven blijft voorlopig een niet te beantwoorden vraag. Zowel de argumenten voor als tegen de theorie gebruiken erg veel assumpties en aannames. Veel van deze assumpties zijn niet meer dan assumpties en kunnen vooralsnog niet getest worden.

Dat we op een punt komen waar we een wereld kunnen simuleren lijkt niet onwaarschijnlijk, maar zeker weten kunnen we niet. Dat we een maximum aan rekenkracht bereiken voor computers en daarom geen simulatie kunnen creëren is ook mogelijk, maar ook dit weten we niet zeker.

Wellicht weten we echter sneller dan gedacht of we in een simulatie leven. Enkele miljardairs uit Silicon Valley, waaronder Elon Musk, investeren een klein fortuin in onderzoek dat uitsluitsel moet geven.

To be continued?

 

 

 

 

 

Related posts

Leave a Comment